Voor een verlovingsring die je elke dag draagt is 14 of 18 karaat goud de verstandigste keuze. Zilver is goedkoper, maar zachter, en het slaat aan. Witgoud en roségoud zijn allebei gewoon goud, alleen met een andere legering erbij. Die legering bepaalt de kleur, het onderhoud en of de ring geschikt is voor een gevoelige huid.
Goud slaat niet aan en zilver wel. Sterlingzilver bestaat voor 925 promille uit zilver en de rest is meestal koper, en dat koper reageert met zwavelverbindingen in de lucht. Daardoor krijgt een zilveren verlovingsring een donkere waas die je eraf moet poetsen. Bij een ring die je nooit afdoet, gebeurt dat om de paar maanden.
Daar komt slijtage bij. Zilver is zachter dan een goudlegering, dus de band wordt sneller dun waar hij tegen je andere vingers schuurt. Zilver is prima als het budget krap is of als je eerst wilt weten welke stijl bevalt, maar reken erop dat de ring na vijf tot tien jaar vervangen of vermaakt wordt.
14 karaat goud is 585 promille puur goud, 18 karaat is 750 promille. Die laatste heeft dus meer goud, een warmere gele kleur en een hogere prijs, maar hij is ook zachter en krast eerder. 14 karaat bevat meer koper en zilver in de legering en is daardoor steviger.
Voor een gouden verlovingsring die dagelijks gedragen wordt, zou ik 14 karaat kiezen. De kleur is iets koeler, en dat merk je naast 18 karaat sieraden. Weegt kleur zwaarder dan krasvastheid, neem dan 18 karaat en accepteer de fijne krasjes die er binnen een jaar op komen. Wat de prijs verder bepaalt staat in het artikel over waar je op let bij het kopen van een verlovingsring, samen met de ringmaat.
Bij een verlovingsring die je elke dag draagt meestal elke één tot drie jaar. Witgoud is geel goud gemengd met een wit metaal zoals palladium of nikkel, en die legering heeft van zichzelf een gelige gloed. Daarom krijgt vrijwel alle witgoud een laagje rhodium, meestal 0,75 tot 1 micron dik.
Dat laagje slijt. Bij oorbellen blijft het jaren zitten, bij een ring wrijft het af tegen alles wat je vastpakt. Zodra de gelige ondertoon doorschemert, helpt poetsen niet meer en moet de ring opnieuw gerhodineerd worden bij een goudsmid. Dit is het onderhoud dat bij de aankoop zelden genoemd wordt, en de belangrijkste reden dat sommige mensen na een paar jaar spijt hebben van witgoud.
Ja, meestal wel. Roségoud dankt zijn kleur aan koper in de legering en bevat geen nikkel. Witgoud is de kleur waar je moet opletten, want daar wordt nikkel soms als wit metaal gebruikt. Vraag dan naar witgoud met palladium.
In de Europese Unie geldt een grens voor hoeveel nikkel er uit een sieraad met langdurig huidcontact mag vrijkomen, namelijk 0,5 microgram per vierkante centimeter per week. Dat is streng genoeg voor de meesten, maar wie echt gevoelig is reageert er soms alsnog op.
Als vuistregel, kies de kleur die past bij de sieraden die je al draagt, want twee kleuren goud naast elkaar aan één hand valt op. Twijfel je tussen wit en geel, dan is geel goud de rustigere keuze qua onderhoud.
Dat kan, maar het harde metaal slijt het zachte weg. Een gouden verlovingsring schuurt een zilveren band dunner waar ze elkaar raken. Draag ze aan verschillende vingers als je beide wilt houden.
Dat er 375 promille goud in zit, dus nog geen 40 procent. In Nederland is 9 karaat weinig gangbaar, in het Verenigd Koninkrijk wel. Het is harder en goedkoper, maar bleker van kleur en lager in waarde.
Ja, dat heet verguld zilver of vermeil. Op een ring slijt de goudlaag door dagelijkse wrijving vaak binnen een jaar op de onderkant weg, waarna het zilver weer zichtbaar wordt.