Voor een halloween kostuum heb je geen compleet pakket nodig. De meeste outfits bestaan uit drie onderdelen, namelijk een silhouet, één herkenbaar detail en schmink. Dat silhouet haal je vaak uit je eigen kast, het detail koop je los en de schmink doet de rest. Zo hou je het goedkoper en je kunt de kleding daarna nog gewoon dragen.
Begin bij wat je al hebt in zwart, wit of rood, want daarmee kom je bij de meeste klassieke figuren uit. Een zwarte jurk of een zwart pak vormt de basis voor een vampier, een heks, een weduwe of een zakenman met een verhaal. Een witte blouse of een wit laken werkt voor een geest of een verpleegkundige.
Zet daar één detail tegenover dat de figuur duidelijk maakt. Een cape, een hoed, nephoektanden of een gescheurde kraag is genoeg, en dat kost meestal minder dan vijf euro. Zonder zo’n detail blijft het bij donkere kleding en moet je de hele avond uitleggen wat je bent.
Wat je niet wilt is een kostuum van één keer. Kleding die je alleen op 31 oktober kunt dragen is dure kastruimte, terwijl een cape of een hoed zo doorgaat naar carnaval of een themafeest. Dat accessoires een outfit maken geldt hier sterker dan bij gewone kleding, want het detail draagt de hele figuur.
Schmink, in vrijwel alle gevallen. Een rubberen masker beperkt je zicht en je gehoor, het wordt binnen een uur warm en klam, en praten gaat er slecht door. Bij een feest waar je de hele avond bent, haalt bijna iedereen het masker op een gegeven moment af en blijft er niets van de outfit over.
Met schmink hou je je gezicht vrij. Een witte basis met donkere schaduw rond de ogen doet meer dan de meeste maskers, en een kunstwond van latex plak je in een paar minuten op. Test schminkproducten wel een dag vooraf op de binnenkant van je arm, want vooral goedkope sets met veel pigment kunnen huidirritatie geven.
Reken op ongeveer 10 graden. Eind oktober is het in Nederland ’s avonds koud en vaak nat, dus een dunne verkleedjurk alleen houdt het niet. Trek er een thermoshirt of een legging onder aan, dat valt onder de meeste kostuums niet op.
Kies ook schoenen waarop je kunt lopen. Een kostuum dat je alleen binnen draagt mag onpraktisch zijn, maar ga je langs de deuren of naar een feest in de stad, dan tellen droge voeten zwaarder dan het plaatje. Een lange cape sleept over straat en wordt vies, dus kort is hier praktischer. Bij een halloween kostuum voor een kind wegen die punten zwaarder, want daar komt ook de ontvlambaarheid van de stof bij kijken.
Kies twee figuren die bij elkaar horen maar los ook werken, dus elk met een eigen silhouet en detail. Dan sta je niet naast elkaar geplakt om duidelijk te maken wat je bent. Een bruid en bruidegom, een dokter en patiënt of twee kaartspelfiguren zijn voorbeelden die zonder uitleg te snappen zijn.
Als vuistregel, koop losse onderdelen in plaats van twee complete sets. Dat is goedkoper en het geeft ruimte om volgend jaar iets anders te maken van dezelfde spullen.
Direct koud uitspoelen en daarna op 30 graden wassen met een voorbehandeling. Warm water zet de kleurstof juist vast. Nepbloed op basis van glycerine en kleurstof gaat er vaak uit, filmbloed met pigment blijft vaak zichtbaar op wit.
Minstens 24 uur, op een klein stukje huid in de elleboogholte. Zie je roodheid of jeuk, dan gebruik je het niet op je gezicht.
De losse onderdelen wel, een compleet themapak meestal niet. Een cape, hoed, pruik of schminkset gebruik je opnieuw, terwijl een pak met halloweenprint alleen in oktober past.